Dispositie Freijtag-orgel Oostwold
Hoofdwerk C-f''' Bovenwerk C-f'''
Praestant 8' Praestant 4'
Bourdon 16' Roerfluit 8'
Holpijp 8' Fluit Travers disc. 8'
Octaaf 4' Fluit 4'
Speelfluit 4' Nassat (1989) 3'
Quint 3' Woudfluit 2'
Octaaf 2' Carillon disc.(1989) III
Mixtuur b/d III-VI Vox Humana (1989) 8'
Trompet 8'
Dulciaan 8'
Tremulant manuaal Tremulant bovenwerk    

 

Stemming: Neidhardt III

1809-1811: Bouw van het orgel door Heinrich Hermann Freijtag. Het orgel wordt mogelijk voltooid o.l.v. Matthias Martin.

1860: Wijzigingen door de orgelmaker Petrus van Oeckelen. Verwijdering van de registers Nassat 3', Carillon disc. III en Vox Humana. Opschuiving van Praestant 4' bovenwerk tot 8'. Aanbrengen van nieuwe registers: Salicionaal 4', Viola di Gamba 8' en Clarinet 8'. Trompet en Dulciaan worden een halve toon verschoven, zodat een bredere mensuur ontstaat.

1884?: vervanging van één van de drie spaanbalgen van Freijtag door een nieuwe. Werkzaamheden uitgevoerd door de firma Van Oeckelen.

1947: herstel en wijziging door de firma Spanjaard uit Amsterdam. Vervanging van de drie spaanbalgen door een gebruikte magazijnbalg

1987-1989: restauratie door orgelmaker A.H. de Graaf uit Leusden. Herstel van de situatie 1809-1811. Dispositiewijzigingen van Van Oeckelen worden ongedaan gemaakt. De magazijnbalg blijft gehandhaafd. Verschuivingen in Trompet en Dulciaan biljven bestaan. Nieuw pedaalklavier, nieuwe orgelbank, nieuwe registernaamplaatjes, nieuwe tremulanten.

2008: Het Dulciaanpijpwerk wordt teruggeschoven naar zijn oorspronkelijke plaats. Sindsdien klinkt het register weer in de engere mensuur, zoals door Freijtag bedoeld.

2011: Terugkeer van de oude orgelbank van Freijtag naar Oostwold. De orgelbank van De Graaf verhuist naar Niehove.